Een grafveld.

Het is moeilijk de leeftijd van een wierde te bepalen of vast te stellen wanneer de wierde voor het eerst werd bewoond. Archeologen zijn bijzonder blij als er voorwerpen, zoals potscherven, kruikenkannen of metalen gebruiksvoorwerpen worden gevonden. In Godlinze werd een volledig grafveld gevonden, waardoor na onderzoek heel veel informatie werd verkregen over de wierde en haar bewoning.


Het grafveld werd ontdekt in de zomer van 1918 door arbeiders van landbouwer Meinardi, die in zijn land draineerbuizen legden op een diepte van ca 60 cm.

Hierbij kwam een gave, versierde urn met brandresten was tevoorschijn en in de directe omgeving daarvan ook skeletdelen. De heer Meinardi bewoonde de boerderij  aan de Provincialeweg 10. De akker lag op ongeveer 400 m te zuidwesten van de kerk en 240 meter uit de voet van de wierde.

Prof. van Giffen werd op de vondsten geattendeerd door publicaties in de dagbladen en mededelingen van particulieren. Na een bezoek aan de heer Meinardi was hij ervan overtuigd, dat hier een grafveld lag dat nader onderzoek zeker rechtvaardigde. Van Giffen deed in 1919 een voorstel tot onderzoek van het vermoedde grafveld aan de Vereniging van Terpenonderzoek. De Vereniging gaf toestemming en stelde gelden beschikbaar en  de heer Meinardi was bereid de grond voor het doel ter beschikking te stellen en er met zijn werkzaamheden rekening mee te houden.

Het bleek moeilijker dan gedacht om de juiste plek van het grafveld ten opzichte van de reeds gelegde draineerbuizen te kunnen vaststellen. Die drainage mocht niet worden verstoord. Verder stelde Van Giffen vast, dat het ontgraven niet optimaal gedaan kon worden, omdat het moeilijk was alles ter plekke goed fotografisch vast te leggen qua ligging ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de omgeving. De gevonden voorwerpen moesten namelijk zo snel mogelijk worden geborgen om te voorkomen dat ze  “ten  prooi zouden vallen aan de belangstelling van al te weetgierig publiek”.  Nadat  er redelijk goede voorwaarden zijn gecreëerd, kon Van Giffen met zijn helpers beginnen aan het onderzoek.

Hij gaat dieper de grond in en vindt in het grafveld resten aan van in totaal 115 mensen. Vierenzeventig daarvan waren begraven, vijfendertig gecremeerd en bijgezet in urnen (waaronder Badorfaardewerk) en zes werden gevonden in andere brandgraven.

Naar schatting 60 skeletten waren al verdwenen door eerdere afgravingen en bewerking van de grond.  Sommige skeletten liggen noord-zuid georiënteerd, andere oost-west. De noord-zuid ligging duidt op een heidense begrafenis en de oost-west op een Christelijke begrafenis.  In het grafveld van Godlinze zijn beide grafvormen aangetroffen. De aangetroffen urnen lagen over het algemeen iets dieper dan de skeletten. De meeste skeletten lagen in de grond met de benen gestrekt in het verlengde van het bovenlichaam en de armen evenwijdig daaraan. Van het skelet van een bijzonder zwaar gebouwde man lagen de benen gekruist. In een aantal gevallen lagen de armen licht gekruist over het lichaam.



Lees verder

© Rijks Universiteit Groningen