De wierde Godlinze


De wierde Godlinze is een radiale wierde  met een bovenste en onderste ossenweg.

Beide wegen zijn verbonden door kleine straatjes en steegjes.  De eerste bewoning begin dateert uit het begin van onze jaartelling. Vanaf die tijd werden de kwelderwallen op de oostelijke over van de vroegere, inmiddels dichtgeslibde maar (riviertje) “Fivel”, bewoond. Godlinze ligt op één van die wallen. Het zeewaterniveau steeg ook in die tijd al en de wierden moeten regelmatig worden verhoogd. Dat gebeurde met klei uit de omgeving, mest en takken. Met haar 6,22 meter is Godlinze één van de hoogste wierden in Noord Nederland.  Bij graafwerkzaamheden in 2015 waren de verschillende aardlagen duidelijk zichtbaar. Kleilagen werden afgewisseld met veen- en mestlagen.

Verspreid over de wierde liggen diverse zoetwaterbronnen, wellen genoemd. In de gracht rond de kerk zitten 8 wellen. Deze zorgen ervoor dat in de gracht altijd zoetwater staat en altijd op hetzelfde niveau. Veel huizen hebben ook een welput met heel schoon water.

Bijzonder is het niet bebouwde weiland op de westzijde van het dorp. Dit was zogenaamde meentegrond waar de bewoners hun vee konden laten grazen.

Bij stormvloeden vluchtten mens en dier naar de kerk, die op het hoogste punt van de wierde staat. De gracht voorzag ze van zoetwater.

© Rijks Universiteit Groningen