Externe links:    Gemeente Delfzijl   	 IVAK		 Kunsthuis Oal Eer

Plinius de Oude

Ik moest bij het lezen van het doel en de middelen bij dit project denken aan Plinius.  Plinius was in de eerste eeuw commandant van de Romeinse vloot in de Tyrreense Zee. Hij bekleedde daarnaast belangrijke politieke functies in het Romeinse Rijk. In zijn vrije tijd probeerde hij alles te lezen wat Grieken en Romeinen hadden geschreven en maakte daarvan voor zichzelf uittreksels.

Die uittreksels vormden de basis voor een soort encyclopedie, de Naturalis Historia.

Hij had voor al dit werk een bijzonder motief: veilig stellen van de resultaten van eeuwenoud onderzoek. Hij maakte zich er zorgen over dat de kennis die natuurvorsers hadden opgebouwd, verloren dreigde te gaan. Zijn generatie was, naar zijn vaste overtuiging, te onverschillig om zich bezig te houden met wezenlijke vragen.

Hij vond dat de verworven kennis voor iedereen beschikbaar moest zijn en blijven.

De aantekeningen van Plinius werden door Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuizen en Ton Peters vertaald en uitgeven onder de naam “De Wereld”.  ISBN 90 253 4184  5 / NUR 302 www.boekboek.nl www.klassieken.nl.  Athenaeum-Polak & Van Gennep


Plinius schreef onder andere over planten, struiken en bomen. Hij schreef bijvoorbeeld over woudbomen, de eerste voedselbronnen voor de mensen, maar voor hij daarover begon, gaf hij blijk van zijn verbazing over zijn waarneming dat “er streken zijn waar geen bomen groeien en waar toch mensen leven”.

Hij schreef (citaat):

“Het zou nu op zijn plaats zijn eikeldragende bomen te bespreken, de eerste voedselbronnen  waarmee stervelingen zich in leven hielden toen ze nog hulpeloos en onbeschaafd waren, ware het niet dat verbazing, berustend op eigen waarnemingen mij ertoe dwingen eerst te beschrijven hoe mensen in ‘s hemelsnaam kunnen leven in een omgeving zonder enige boom of struik”.


En hij vervolgt met (citaat):

“Langs de kust van de Oceaan wonen verschillende volken die het zonder bomen en struiken moeten stellen. Ook in het noorden hebben wij zulke volkeren gezien, te weten de Chauken, die men onderverdeeld in Grote en Kleine Chauken. Twee keer per etmaal komt de Oceaan daar met geweldige watermassa’s over een onmetelijke afstand opzetten en bedekt eeuwig door de natuur omstreden gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of deel uitmaakt van de zee.

Daar bewoont dat arme volk hoge terpen of dammen die ze eigenhandig hebben opgeworpen tot de hoogste waterstand die ze hebben meegemaakt. Met hun hutten die ze erop hebben gebouwd lijken ze wel zeelieden wanneer het water het omringende land bedekt maar schipbreukelingen wanneer het water zich heeft teruggetrokken, en ze jagen rondom hun hutten op vissen die met de zee mee vluchten. Ze kunnen geen vee houden en zich zoals naburige volkeren met melk voeden en omdat  er in de weide omgeving geen struikgewas groeit is het ze ten enenmale onmogelijk met wilde dieren te vechten. Van riet en moerasbies vlechten ze touw om visnetten van te knopen. Met de hand verzamelen ze slijk dat ze meer door de wind dan door de zon laten drogen en met deze turf verwarmen ze hun voedsel en hun door de noordenwind verkleumde lichamen. Ze drinken uitsluitend regenwater, dat ze in kuilen bij de ingang van hun huizen bewaren.

En deze volkeren spreken van slavernij als ze vandaag de dag door het Romeinse volk overwonnen worden!

Zo gaat het inderdaad: het lot laat veel mensen in leven om ze te straffen”.

Einde citaat

Dom S.Maria Maggiore in Como.

Fassade: Standbeeld van Plinius de Oudere door Tommaso en Jacobo Rodari

Bestand:Como - Dome - Facade - Plinius the Elder.jpg

Licensie: CC By-SA 3.0

Lees verder